Historie wagenpark.

 

Er werden in 1920, drie Harley Davidson motorfietsen aangeschaft.

De bestuurders moesten zichzelf de rijvaardigheid bijbrengen hetgeen gebeurde op het sportterrein Woudestein. Vervolgens werden in de daarop volgende jaren meerdere nummerbewijzen aangevraagd, voor de auto van de Hoofdcommissaris A.H.Sirks, een arrestantenwagen, twee commissiewagens en vier motorfietsen. In 1922 bestond de motorbrigade uit twaalf man. Het wagenpark bestond uit Harley Davidson motorfietsen en kleine auto’s van het merk Renault.

 

Eén garage was gevestigd op het terrein van de bereden brigade aan de Duivenvoordestraat en drie garages bevonden zich aan het Bosland.

De gehele aanschaf en het onderhoud van het wagenpark was in handen van de Gemeentelijke Vervoer en Motor Dienst (G.M.V.D.).

 

Vanaf 1928 was er sprake van steeds meer zelfstandigheid. De hoofdcommissaris Sirks vroeg aan de Burgemeester toestemming om enkele auto’s aan te schaffen voor de nachtelijke surveillance van de recherche. Hij vroeg tevens toestemming om deze wagens zelf te mogen onderhouden.

 

In 1930 werd dit als proef toegestaan. Het werden Ford personenauto’s. De bestuurders waren tevens monteur  en moesten bij de G.M.V.D. een proef afleggen. De chauffeurs werden aan het Bureau Hoflaan geplaatst, omdat dit dicht bij de garages aan het Bosland was.

 

In 1935 werd aan het Haagseveer begonnen met de bouw van het nieuwe Hoofdbureau. Het oude Hoofdbureau stond daar ook en bij de bouw werd het nieuwe eromheen gebouwd. Aan het Doelwater, moest volgens een oud recht een doorgang zijn naar de Doelentuin. Dit werd later na het bombardement de toegang  van het Hoofdbureau. In de vleugel aan het Doelwater, waren de werkplaats en de motorenstalling  gevestigd. Het onderhoud werd in zijn geheel in eigen beheer gedaan. De garage was al snel te klein. Bij de voltooiing van het nieuwe bureau werd het oude Hoofdbureau gesloopt.

 

Na het bombardement werd achter de binnenplaats uit het puin, het zogenaamde ‘bommenhuisje’ gebouwd. Hier huisde toen de bommenploeg, die blindgangers onschadelijk moest maken. Later werd dit de kantoorruimte van de chef werkplaats. Ook werd er een stenen schuur gebouwd waar paarden van de bereden brigade konden worden ondergebracht. Al snel werd het een stalling voor motoren. De naam ‘paardenstal’ bleef echter gehandhaafd.  Achter het bureau werd een parkeerplaats ingericht, die de naam ‘de tuin’ kreeg, hoewel er geen grasspriet te zien was.

 

Na de oorlog kreeg de politie de beschikking over twee Bedford vrachtwagens en werden de eerste Jeep’s  uit de dump in Frankrijk gehaald. Later aangevuld met Dodge Beep’s.

Een deel van de motorrijders koos voor de technische kant van de dienst. Zij werden technisch ambtenaar. Hieruit kwam de Dienst Beheer Motorvoertuigen voort. Deze dienst verzorgde de inkoop en het onderhoud. De band met de motordienst en het technische gedeelte is  nog steeds aanwezig.

 

De Jeep’s voor de Radio Surveillance Brigade (RSB) werden door hen aangeschaft. De radioapparatuur werd ook door deze dienst ingebouwd in de voertuigen. Het inbouwen van de verbindingsmiddelen in de voertuigen gebeurt nog steeds grotendeels in eigen beheer, waarbij het kwaliteitsgehalte zeer hoog ligt.

Alle voertuigen van diverse merken zoals de Ford F100, de Chevrolet  C10, de Volkswagen, de DAF,  de Peugeot, de Honda, de Volvo en vele andere  voertuigen, waar onder  scooters, motoren en bromfietsen ten behoeve van het korps, gingen allen door de handen van het personeel van de werkplaats.  Het reviseren van de automatische versnellingsbakken van de C10 werd in eigen beheer gedaan. De inbouw van de LPG gasinstallatie gebeurde ook door interne specialisten.

Er kwam een rollentestbank voor het ijken van de snelheidsmeters van de dienstmotorvoertuigen.

Een eigen motorbox, inbouwploeg, magazijn en opslag, administratie voor schade, kentekens  en verzekeringen;  werd allemaal in eigen beheer geregeld. Voor deze werkzaamheden was de werkruimte aan het Hoofdbureau te klein geworden. Als oplossing voor dit probleem werd een dependance op Zuid geopend.

 

In 1985 werd een gedeelte van het complex Boezembocht aan de Veilingweg de nieuwe vestiging van de garage en de motordienst. Alles weer onder een dak.