Introductie.

Degene die omstreeks 1920 van plan was een motor of auto aan te schaffen moest beschikken over nummerbewijzen. Deze bewijzen werden afgegeven bij de Provinciale Griffie. Zij waren voorzien van een letter die behoorde bij de provincie waar de eigenaar woonde. Voor Zuid-Holland was dat de letter H.

Rijbewijzen verkreeg men op zestienjarige leeftijd en werd na het voldoen van de legeskosten toegezonden voor het besturen van tweewielers. Het had een onbeperkte geldigheidsduur.

Op achttienjarige leeftijd of ouder  werd een rijbewijs voor het besturen van motorrijtuigen in het algemeen toegezonden.

In de tweede helft van 1929 werd de Motor- en Rijwielwet gewijzigd en werd de geldigheidsduur van een rijbewijs twee jaar. De examens voor het verkrijgen van een rijbewijs werden door de A.N.W.B. afgenomen.

In 1920 werd de motorbrigade opgericht. De Rotterdamse politie beschikte toen over drie nummerbewijzen.

In de loop der jaren is dit uitgegroeid tot het beheren van een wagenpark, waarvan de omvang je fantasie overschrijdt.

Vele merken en types maakten deel uit van het wagenpark, waarvan de toenmalige hoofdcommissaris A.H. Sirks, in 1928 de grondlegger was. Hij drong er bij de burgemeester op aan in eigen beheer het onderhoud van de dienstvoertuigen te laten uitvoeren.