Verkeerspolitie.

 

 

De motorbrigade Rotterdam werd in 1920 opgericht en beschikte over drie motorfietsen. Op 6 januari 1923 werd de afdeling Verkeers- en Voerwezen opgericht, waarin de Motorbrigade werd ondergebracht, voor het uitoefenen van het verkeerstoezicht op de openbare weg.

 

Zij bestond twee onderdelen.

 

– Het Verkeers- en Voerwezen voor de Technische ongevallen dienst ten behoeve van de afhandeling van ongevallen en het technische onderzoek daarnaar, Arrestanten vervoer, de Karabijnbrigade en het vervoer van politiepersoneel. 

 

– De motorbrigade  ten behoeve van de verkeerssurveillance.

 

Aanvankelijk werd bij de motorbrigade gekozen voor het merk ACE,  Indians en Harley Davidson. Zij werden al of niet met zijspan gebruikt. Er waren  verschillende motorrijtuigen van het merk Renault en Ford.  De Duitse bezetting in 1940 zorgde ervoor dat voor de motoren voor het Duitse merk BMW werd gekozen. Er werd met- en zonder zijspan gereden. Er werd ook een kleine serie DKW 125 cc gebruikt maar die verdwenen als snel. Na de bevrijding waren veel motorfietsen verdwenen en ging men noodgedwongen over op motoren uit de legervoorraden. Hierdoor kwamen de Harley’s weer in beeld. Later werd wederom voor het merk BMW gekozen.

Tevens werden door het gebrek aan auto’s  na de tweede Wereldoorlog de merken Jeep en Bedford  uit legervoorraden betrokken.

 

In 1951 werden voor het eerst nieuwe motoren aangeschaft. Het betrof een serie Engelse Matchless van 500 cc. De aanleiding was een landelijke demonstratie van Associated  Motorcycles Ltd. waarbij de acceleratie en hoge snelheid (120 km.) de doorslag  gaf. Zij werden uitsluitend als solo motor gebruikt.

Daarnaast werden  twee Ford Tudor stationcars aangeschaft om het steeds sneller wordende verkeer bij te houden.

 

Later kwamen daarbij de Radio Surveillance Brigade. Zij reden met voertuigen die via een radio contact met de meldkamer hadden. De verkeersbrigade hield zich bezig hield met de regeling van het verkeer, eerst handmatig en later met verkeerslicht installaties.

Dit  geheel vormde de latere Verkeerspolitie.

 

Ten behoeve van personeel dat bij de verkeerspolitie werd aangesteld was er in een eigen rijopleiding voorzien. Later werd ook het andere personeel rijtechnisch onderricht.

 

Er was een demonstratieteam dat als representatie voor het publiek stunts met de motoren uithaalde. Daarnaast gaf een klein crossteam met Harley’s en Triumph’s acte de présence bij motorcross wedstrijden.

 

Bij de voortschrijding van de motorisering en de uitbreiding van het grondgebied, werd het noodzakelijk ook de straatsurveillance uit te rusten met motorvoertuigen.

De verkeerspolitie bleef echter de specifieke verkeerstaken behouden.

De BMW motoren zijn nog steeds in dienst. Voor de auto’s koos men voertuigen van het merk Volvo Amazon, BMW en later Mercedes.