Personele bezetting door de jaren heen.

 

Daar waar we tegenwoordig over medewerkers, hoofdmedewerkers, districtschefs enz. spreken had men het in het verre verleden over wakers, hulpwakers, agenten 1e, 2e, 3e en 4e klas, stedelijke politie, veldwachters met daarnaast nog brugwachters en boswachters als onbezoldigd ambtenaar van politie. In 1847 bestond het inwonersaantal van Schiedam uit ongeveer 13000 zielen. Het politiekorps was toen 29 man groot met daarboven één commissaris.

 

In 1930 bedroeg het inwonersaantal uit 52000 personen en daarover waakten toen 62 politiemensen, welk aantal volgens de gemeenteraad drastisch uitgebreid moest worden. Men had in die tijd ook enkele nachtwakers in dienst, derde klassers genaamd. Dit waren mensen die particulier overdag al een taak hadden, terwijl ze in de nacht dienst deden bij de politie. Deze zeer asociale toestand heeft nog tot 1935 geduurd. Op het genoemde inwonersaantal wilde de gemeenteraad dat er 80 dienders zouden moeten werken. Uiteindelijk traden 18 nieuwe leden tot het korps toe met kort daarop nog eens een uitbreiding van 6 man waaronder vier man van de marechaussee.

 

In 1934 was het inwonersaantal gestegen tot 61.038  inwoners. Zij konden zich veilig  voelen doordat het politiekorps aanzienlijk werd uitgebreid. Aan het hoofd stond commissaris Ellenberger. In dit zelfde jaar werd deze commissaris door een hoofdagent van zijn eigen korps doodgeschoten omdat er een conflict tussen hen beide was ontstaan. Door zijn slechte functioneren moest de hoofdagent op 2 december 1934 zijn strepen van het uniform laten verwijderen en in het vervolg in het burger dienst doen.