Politie Schiedam

 

Zoals in veel steden is ook in Schiedam het fenomeen politie ontstaan in de 15e eeuw. De “schout met zijn schepenen en rakkers”,  ook wel spionnen genoemd, waren de eerste. De schout werd door de graaf benoemd en was belast met het opsporen van strafbare feiten. Bovendien berechtte hij de boosdoeners. Tot 1795 konden de schout en zijn rakkers hun gang gaan. Na inlijving van het Koninkrijk Holland, voorheen de Bataafse Republiek, bij het Franse  Keizerrijk van Napoleon, kwam er meer duidelijkheid in het geheel. Hier ontstond de basis voor de organisatie van de politie. De Staatspolitie kwam in de plaats van de organisaties die voorheen dienst hadden gedaan, dat voor het gehele Keizerrijk gold. Dit betekende onmiddellijk het einde van het Schoutambt. Voor de vertegenwoordiger van de Staatspolitie werd de benaming “Commissaris” ingevoerd. Toen in 1813 de Franse overheersing verdween was dat ook aanleiding het op de Franse leest geschoeide politie-apparaat te laten verdwijnen. De Staatspolitie werd gemeentepolitie. Zo ook in Schiedam maar wel zonder uniform. Dat gold niet alleen voor deze stad. Ook elders in het land waren politiekorpsen die het zonder uiterlijke tekenen van hun ambt moesten doen. In onze buur-gemeente Vlaardingen (Schiedam ligt ingeklemd tussen Rotterdam en Vlaardingen) bepaalde de gemeenteraad in 1815 dat de burgemeester beheerder werd van het plaatselijke politiekorps. Hij kon toen zelf de beslissing nemen of ‘zijn mensen’ van een uniform werden voorzien en hoe dat er uitzag. Ieder korps liep er anders gekleed bij.