Overval door het verzet op het politiebureau

 

Door de aanwezigheid van enkele foute elementen in het korps, met inbegrip van een deel van de leiding, stond de Schiedamse politie bij het verzet in deze regio niet best aangeschreven. Omdat de verzetsgroepen meer wapens nodig hadden vond op 7 oktober 1944 om 07.00 uur een overval plaats op het politiebureau in Schiedam. Als wachtcommandant was de brigadier Noordijk aan de het hoofdbureau met een aantal agenten. De overvallers waren in groepjes het hoofdbureau genaderd, deels in politie-uniformen, deels in het burger gekleed. Door een zij-ingang kwamen zij het bureau binnen, liepen rechtstreeks door naar de wachtcommandant en hielden hem onder schot. Hij en zijn collega’s werden ontwapend waarna de mannen en aanwezige werksters in een arrestantenverblijf werden opgesloten. Door niemand werd verzet geboden. Men deed dat ook niet omdat bekend was waar het om ging. De overvallers liepen de kamer binnen van de inspecteur van de gemeentelijke dienst, waar, zoals ze waren geïnformeerd, onder een dubbele bodem van de rode-kruis-kist reservepistolen lagen. Terwijl ze pogingen in het werk stelden de kist te forceren, ging de telefoon over. Een collega van een politiepost wilde zich afmelden en belde daarom naar de wachtcommandant. De telefoon stond echter in de nachtstand wat inhield dat zolang de hoorn niet van de haak werd genomen, een schel op de gang aanhoudend bleef rinkelen. De overvallers, die dit voor alarm aanzagen staakten hun werk en namen op hun vlucht toch nog 29 pistolen mee.

 

Nadat de opgesloten mannen en vrouwen waren bevrijd werd de Ordnungspolizei op de hoogte gesteld. Omdat die er van overtuigd was dat er verraad in het spel was werd de hele groep van Noordijk gearresteerd. In Rotterdam op het Haagse Veer, moesten de leden van de groep afscheid nemen van vrouw en kinderen en werden ze onder bewaking van landwachters per trein naar Deventer weggevoerd waar ze op donderdag 12 oktober1944 aankwamen. Zij werden daar tewerk gesteld door o.a. tankvallen te graven. Bij toeval ontmoette Noordijk in een schuilkelder de commissaris van politie Versloot van Deventer, een oud inspecteur uit Rotterdam. Die heeft kunnen bewerkstelligen dat de groep Noordijk uiteindelijk weer naar Schiedam terug kon keren. Niemand heeft er blijvend leed aan over gehouden. Behalve de adjudant Noordijk. Hij ontving op 8 oktober 1944 een zeer gewichtig uitziend document waarin hem oneervol ontslag werd aangezegd. Het was ondertekend door S.S. Obergruppenführer en Genral der Polizei: Rauter.

 

Zo zijn er in die oorlogsjaren door vele politiemensen positieve, alsook zeer negatieve inzet geweest ten aanzien van eigen mensen en de Schiedamse bevolking.