De rol van de Schiedamse politie tijdens de oorlogsjaren.

 

In de boeken deel 1 en 2 van “Schaduwen over Schiedam” staat bijzonder veel geschreven over de rol van de Schiedamse politie in de jaren 1940 – 1945. Hier willen we ons beperken tot de meeste belangrijke voorvallen en omstandigheden. Toen op 9 mei 1940 om 23.00 uur de mannen van de nachtdienst zich meldden wees niets erop dat die nacht de oorlog tussen Duitsland en Nederland zou uitbreken en daarbij de neutraliteit van Nederland zou worden geschonden. De agenten Doorlag, Verkaik, Ammerant, Loomans, Waanders, Wessel en Karel vingen hun dienst aan en liepen of reden in hun blokken. Op zeer sombere wijze vermeldde het dagrapport van de 9e op de 10e mei de eerste oorlogsmutatie. Te 06.20 werd door een burger kennis gegeven dat van hem te circa 05.15 uur zijn auto was afgenomen. Dit gebeurde door een groep van ongeveer 30 Duitse soldaten op de Oude Rijksweg en de bestuurder werd verplicht de Duitse soldaten in de richting van Delft te rijden. Na de eerste mutaties in de dagrapporten over het uitbreken van de oorlog zou later blijken dat ook politiemannen opdrachten kregen tot het overgaan allerlei acties. Uit de mond van verschillende oud-collega’s werd vernomen dat het politiepersoneel werd ingezet om ‘parachutisten te vangen’. De agenten werden gedirigeerd naar de Vijfsluizen, het Volkspark, naar de Kethelweg en andere plaatsen. Men was toen nog niet op de hoogte van het feit dat deze Duitse elitesoldaten van de meeste moderne wapens waren voorzien. Daar stonden de collega’s dan in het veld om de vijand te vangen. Hieruit bleek duidelijk dat men op geen enkele wijze op een oorlog was voorbereid. Eén van hen die toen op post stond bij de Vijfsluizen bij de Vlaardingerdijk, was de hoofdagent C. Limburg. Hij vertelde: "Het was 10 mei 1940 toen ik door de hoofdagent De Reuver in een put bij de Vijfsluizen werd neergezet om het Duitse Leger tegen te houden, als die de Waterweg af zou komen. Toen ik daar uren had gestaan en al die tijd niemand had gezien die ik tegen moest houden kwam commandant Van Veen van de burgerwacht op zijn ronde bij mij langs. Hij vroeg wat ik daar deed en toen ik hem dat uitgelegd had nam hij mij mee naar de Vlaardingendijk, waar ik op een nieuwe post tegenover de begraafplaats werd gezet. Ik heb daar 12 uren gestaan en kreeg eten en drinken van de omwonenden. Niemand op het bureau wist waar ik was gebleven. Om 22.00 uur werd ik afgelost. Ik kon naar de politiepost aan de Francois Haverschmidtlaan gaan om te eten en te drinken Bij aankomst hing daar alleen nog de lucht van eten. Alles was op". 

 

In de dagen die op 10 mei volgden werden diverse mutaties op het dagrapport gezet die ons achteraf wel enige indruk geven van de activiteiten van de politie in Schiedam.

  • Er werden Duitsers of Duitsgezinde personen aangehouden en voorlopig geïnterneerd.                  
  • Verschillende wapens werden aan het politiebureau gebracht en in bewaring gegeven.              
  • Er werden onderzoeken gedaan in het Kringhuis van de N.S.B. aan de Lange Haven waarbij diverse voorwerpen en bescheiden in beslag genomen.                                                                      
  • Om 05.00 uur op 10 mei bleek een drenkeling in het kantoor van de Havendienst te zijn binnengebracht.  Het was een matroos van de “Jan van Galen”. De man was met andere matrozen over boord gevallen toen  hun schip de Maas met bommen werd aangevallen.         
  • Op de 12e en 13e mei werden door politiemensen verschillende berichten overgebracht aan familieleden van gesneuvelde of zwaargewonde militairen of burgers die slachtoffer waren geworden van  bombardementen in omliggende plaatsen.
  • Op 14 mei om 11.00 uur werd een gewonde Duitse krijgsgevangene door de agenten Valk en Vis aan het hoofdbureau gebracht. Hij was in zijn schouder geschoten. Later werd nog een jonge Duitse krijger aan het bureau geracht en ingesloten. Het was nog maar een kind die huilde om zijn moeder.
  • Op 13 mei gaf men de dienst over met dertien arrestanten (staatsgevaarlijken en op de 15e mei werden al deze arrestanten in vrijheid gesteld.

                                                                                                     

De oorlog leek te zijn beëindigd, het Nederlandse leger had zich overgegeven. De bevolking was aangeslagen. Op 15 mei trokken de eerste in grauwgroene uniformen gestoken militairen in colonne de stad binnen. Juist omdat Schiedam op zijn grondgebied een aantal scheepswerven had, werd deze stad dikwijls uitgekozen tot doelwit van Engelse vliegtuigen. De geallieerden gunden de Duitsers geen rust en ieder schip dat aan de vijand kon worden onttrokken was er één minder. Bij het bombarderen vielen ook regelmatig bommen op de omliggende woningen. Zo werd ook de kop van de Burgemeester Knappertlaan getroffen en waren daarbij veel doden en gewonden te betreuren.

 

Het aantal politietaken werd gedurende de oorlog sterk uitgebreid. Men diende te waken tegen het afscheuren van verordeningen en bekendmakingen van de bezetter. Ook moest de orde gehandhaafd blijven bij het uitdelen van distributiegoederen. De politie werd belast met de bestrijding van zwarte handel. Maar ook werd zij ingezet bij het arresteren van Joodse mensen, communisten en verzetstrijders. De meeste van hen deden dat met grote tegenzin. Toch waren er een paar die daar geen enkel probleem mee hadden en geld vingen voor het arresteren of aanbrengen bij de Duiters van b.v. ondergedoken mensen. Twee van hen hebben zelfs hun eigen collega’s verraden. Dat waren Lukkasen en Magielsen. Zij werkten al snel voor de gevreesde SD. Machielsen was verantwoordelijk voor de arrestatie van twaalf politiemannen die op 21 juli 1944 naar de BBC zaten te luisteren. Op die dag omstreeks 12.30 uur dreunden zware soldatenlaarzen op de trap van het politiebureau aan de Lange Nieuwstraat 53 en even later stootte een tot de tanden bewapende SD-patrouille de deur van de verhoorkamer van de recherche open waar 12 Schiedamse politiemannen in gretige spanning luisterden naar wat Radio Oranje te vertellen had over het grote nieuws van de aanslag op Hitler, de dag er voor. De overval, tot stand gekomen door dit laffe verraad slaagde volkomen. De mannen werden weggevoerd naar Duitse concentratie-kampen. Geen van hen is teruggekeerd.