De laatste van een begin.

 

In het begin, 1946, toen de Maastunnel een oplossing was voor de extra verkeersstroom van Noord naar Zuid en andersom, ontstond als snel de behoefte de verkeersstroom vlot te laten verlopen. Een probleem daarbij was de technische toestand van het toen gebruikte wagenpark. Het veelal afkomstig uit dump voorraden uit de Tweede Wereld Oorlog afkomstige bedrijfswagenpark,  dan wel ernstig van onderhoud onttrokken particuliere voertuigen of door gebrek aan brandstof bij het omhoog rijden stil vielen. Daar de tunnel slechts twee rijbanen telde vormde het stil vallen van  een voertuig een obstakel dat de vlotte doorstroming belemmerde. De toenmalige Maastunnel politie beschikte daartoe over een takelwagen die het stilgevallen voertuig uit de betreffende tunnelbuis moest trekken dan wel takelen.

en moeilijke taak daar achter het stilgevallen voertuig het achteropkomende verkeer stagneerde en slechts als de andere rijbaan niet gestremd was via deze het voertuig aan de voorzijde kon benaderen. Soms werd achteruit rijdend over de lege rijstrook het pechgeval benaderd. Het overige verkeer werd door in de tunnel aangebrachte verkeerslichtjes geregeld. 

Via de loopbrug gaven tunnelwachters aanwijzingen.

Er  werd een omgebouwde GMC legertruc, uitgerust met een kraan gebruikt, zodat ook zwaardere voertuigen weggesleept konden worden.

 

Verzin een list spreekt Heer Bommel tot Tom Poes en met het verzinnen van een list werd hiertoe in 1950  een takelwagen aangeschaft die vanaf de tegengestelde richting het stilgevallen voertuig vooruitrijdend kon benaderen, ter plekke door een onder de takelwagen aanwezige stempel omhoog kon worden getild, op dit stempel gedraaid kon worden en na het zakken weer vooruit met het stilgevallen voertuig de tunnel kon verlaten.

 

Ook beschikte het Maastunnelpersoneel over een Willy’s Jeep waar op aan de voorzijde ijzeren binten, bekleed met stroken autoband, zich achter het stilgevallen voertuig kon manoeuvreren  en het zodoende de tunnel uit kon duwen.

Aan alle wegsleepgevallen was een boete verbonden.

 

 

 

Toen in 1968 de Maastunnelpolitie werd opgeheven werden de takelwerkzaamheden door de Verkeerspolitie in de vorm van personeel van de garage verricht. 

Er werd zelfs een grote voormalig

Amerikaanse takelwagen aangeschaft, die om de opvallendheid te vergroten, in een blokpatroon werd geschilderd.

 

 

Na verloop van tijd werd een Scania-Vabis takelwagen aangeschaft met een zogenaamde lepel die het hulpbehoevende voertuig met die lepel onder de voorwielen optilde en zo kon verrijden. Toentertijd een Unicum.

Na het gereedkomen van de Brienenoordbrug werd de Maastunnel wat ontlast en kwam de takelwagen in de spits met het zelfde doel bij de Brienenoordbrug stand by staan.

 

 

 

 

De tijden verstreken en de noodzakelijkheid bij de oeververbindingen werd minder en werd vanuit de garage bij de Maastunnel werden ook gestrande politievoertuigen naar een plaats van herstel vervoerd.

Toen er een wegsleepregeling kwam om verkeerd geparkeerde voertuigen weg te slepen was een ander, lichter type takelwagen nodig en werden in de loop de jaren verschillende merken gebruikt.

 

 

Bij het ontstaan van parkeergarages bleek dat er makkelijk gestolen auto’s in konden worden achtergelaten. Voor het veiligstellen van die voertuigen ontstond de behoeft aan een kleine, lage takelwagen, uitgerust met een kleine kraan en  een lepel. Hiervoor werd van het merk Toyota en later Ford, de takelwagen aangeschaft.

 

Met een sprong in de tijd komen we bij de Nationale Politie. Ter afsluiting van het Rotterdamse tijdperk, zou ik graag bij de Historische Collectie die laatste Rotterdamse kleine takelwagen aan het rijdend erfgoed willen toevoegen.

Via de afdeling beheer voertuigen is de Nationale Politie, waar we inmiddels onder vallen, bereid gevonden de laatste Rotterdamse, kleine, takelwagen aan ons ter beschikking te stellen… Dank daarvoor.

Waarom, om de mensen die in de loop van de jaren het werk met de takelwagen tot een vakgroep hebben gevormd waaraan menig bedrijf een puntje kan zuigen.

 

 

 

 

Fenomenen, het uit de Maas takelen van een te water geraakt paard van de Beredenen  en talloze andere klussen, waaronder het ophalen van onze Renault NN uit een garage waar aan elke kant een cm ruimte was. De behoedzaamheid en het vakmanschap wil ik graag bij het manifesteren van de Historische Collectie laten zien. We zullen daardoor geen mogelijkheid laten liggen om dat naar buiten uit te dragen.