Bereden Brigade.

 

In 1891 kwam men tot de conclusie dat een uitbreiding van de politie door een bereden brigade noodzakelijk was. Dit in het belang van de surveillance in de buitenwijken (Charlois en Kralingen) en bovendien om bij massale volksoproeren en festiviteiten te kunnen optreden.

 

In 1896 werd, door het optreden bij de havenstaking en de verkeersregelingsproef bij de Koninginnebrug, werd op 1 juli 1896 de bereden brigade officieel opgericht.

Bij de bereden brigade werd een politiekoets annex arrestantenwagen aangeschaft. Hiermee konden 20 personen worden vervoerd.

 

De paarden werden vooralsnog gehuurd van maneges. Zij moesten voldoen aan bepaalde eisen zoals uiterst kalme, niet schrikachtig voor trams en straat rumoer. Zij moesten sterke benen hebben omdat zij onder alle omstandigheden konden draven, galopperen en chargeren op slechte bestrating. Bovendien moesten ze een rustig volhardend gestel hebben, zodat zij uren achtereen op een druk plein onbeweeglijk konden stilstaan.

 

Steeds belangrijker werd het regelen van het verkeer op de drukke kades en de oeververbindingen. Het gebeurde geregeld dat een bespannen paard op één van de bruggen uitgleed en het gehele verkeer daardoor stremde. Daar de beslagen hoeven geen grip hadden op de gladde keien, werd onder de benen van het paard een zeildoek gespannen waardoor het uit eigen beweging kon opstaan. (Tot in de 60er jaren was zo’n zeildoek in de surveillance auto’s aanwezig).

 

Aanvankelijk waren op de linker- (Korte Hillestraat) en rechter maasoever ( Woudestein) stallingen aanwezig. Later werd de Duivenvoordestraat het onderkomen van de bereden brigade. (Een prachtige doorkijk maquette van deze locatie is aanwezig in de Historische Collectie). Omdat een paard in die tijd als vervoermiddel een grote rol speelde, werd op de naleving van onderhoud en mishandeling door de bereden toegezien.

 

Later kwam daarbij het toezicht op de Veemarkt en tijdens het zomerseizoen surveilleerde de bereden brigade op de stranden van Hoek van Holland en nog later op die van de eilanden.

 

Door het toenemen van het gemotoriseerde verkeer werd de verkeerstaak, steeds meer overgenomen door de motorbrigade.

In 1933 nam de motorbrigade een gedeelte van de stal aan de Duivenvoordestraat over. In 1946 vertrok de motorbrigade bij de bouw van het nieuwe hoofdbureau naar de locatie aan het Haagseveer waardoor de Duivenvoordestraat weer geheel ter beschikking kwam van de bereden brigade.

In 1941 bestond er volgens het toenmalige regime, geen behoeft meer aan paarden. De taak kon beter worden overgenomen door gemotoriseerde voertuigen. Zij waren sneller en kostten bij stilstand geen geld.

In 1944 werd daar schoorvoetend op teruggekomen.

Na de oorlog bleef de bereden brigade gehandhaafd en kreeg onder andere als taak deelname aan de Mobiele Eenheid bij.

 

Op sportief gebied deed de bereden brigade mee aan wedstrijden. Zij hadden een eigen stuntteam, waarbij meerdere ruiters op minder paarden plaatsnamen.

Door de al jaren bestaande overlast van stank in een woonwijk, vanwege de mest opslag, kwam er op 2 december 1988 een nieuw complex aan de Stoopweg. Dit wordt gedeeld met de hondenbrigade en vormt samen de levende have.

Sinds 1955 werkten er al vrouwen bij de politie maar het duurde tot 1981 voordat de eerste vrouwelijke ruiter in dienst bij de bereden brigade kwam. Nu vormen zij het grootste potentieel van de ruiters.

Door het contact tussen ruiter en paard en het onderhoud door de ruiter van zijn paard, ontstaat een speciale band tussen beiden. De ruiters kunnen jaren later nog levendig over die band verslag doen.

(zie het boek: ‘Politie te Paard’ M .Kersbergen. ISBN 90 6868 179 6)